De winst van wegdoen
We willen wel minder spullen, maar hoe kom je er op een mooie manier vanaf? Daar helpt het team van De Ontspulknul bij met Ontspuldagen óf bij mensen thuis. Zo worden overbodige spullen weer gebruikt en geliefd - de circulaire economie op z’n best.
‘Ontspullen gaat bijna nooit over spullen. Het gaat over mensen, over verhalen.’ Aldus Jan Bosma, die samen met Iris Eggink in 2024 startte met De Ontspulknul, een stichting met als missie om mensen te helpen om hun overbodige spullen op een verantwoorde manier weg te doen. Het doel is concreet en ambitieus: in vijf jaar tijd willen ze 100.000 mensen geholpen hebben.
Vandaag is dat bijvoorbeeld een vrouw van 89 die twee jaar geleden haar man verloor. Samen met hem liep ze berg op, berg af, de hele Alpen door. Op hun wandelstokken kregen ze in elk dorp een gietijzeren plaatje op hun wandelstokken geschroefd, net zolang tot de stokken vol zaten, net als hun hoofden vol herinneringen en hun harten vol liefde. Maar nu neemt Jan ze mee, de stokken, samen met een kastje en een stapel frutsels die in de berging lagen.
Over de drempel
Dat bedoelt hij dus als hij zegt dat ontspullen over mensen en verhalen gaat. Maar het gaat ook over iets anders. Spullen een tweede leven geven betekent voor De Ontspulknul ook bijdragen aan een betere wereld. Hoe minder we produceren en spullen rouleren, hoe beter. De circulaire economie in de praktijk dus, en tegelijk is het inspelen op een grote behoefte. Uit een Radar Panel-onderzoek onder 19.000 respondenten blijkt dat twee op de drie mensen minder spullen zouden willen en dat veel mensen spullen kopen die ze niet gebruiken.
De argumenten voor minder spullen zijn er en de behoefte dus ook, maar hoe doe je het? De Ontspulknul maakt het zo makkelijk mogelijk, bijvoorbeeld door bij mensen thuis te komen. Vaak gaat dat om mensen die het lastig vinden om het zelf te doen, dat ontspullen. Omdat ze er fysiek niet toe in staat zijn, of omdat ze een mentale drempel ervaren. En vaak van allebei een beetje.
Jan: ‘Wij kunnen ze dan over die drempels helpen. We maken het makkelijk door naar mensen toe te komen. Best een kwetsbaar moment voor mensen, dus we doen dat menselijk en voorzichtig. Maar ook: enthousiast.’
Meteen een succes
Behalve bij de mensen thuis, is er nog andere manier van werken voor De Ontspulknul: in de buurt. Dat begon in De Pijp waar de twee oprichters toevallig allebei woonden en waar ze hun eerste Ontspuldag organiseerden.‘Veel mensen in de stad hebben geen auto’, zegt Jan. ‘Voor hen is het heel handig als ze lopend hun overbodige spullen kwijt kunnen. Gewoon om de hoek. We dachten: eens kijken of daar animo voor is maar wat we niet hadden verwacht was dat er meteen honderd mensen kwamen om spullen in te leveren. Daarna moesten we door heel Amsterdam langs kringloopwinkels om ze weer een goede bestemming te geven. Het werd meteen duidelijk dat hier behoefte aan is.’
Dus volgden er meer. En toen ook die Ontspuldagen allemaal een groot succes bleken, kwam er steun van de gemeente. Ook vandaag is er weer zo’n dag. Terwijl Ontspullers langs de mensen thuis gaan die niet naar de inleverplek kunnen komen, wordt er op een pleintje een soort omgekeerde markt opgetuigd, waarbij mensen niet komen halen maar brengen. ‘Sommige mensen komen heel zakelijk hun spullen afgeven,’ zegt Jan, ‘maar voor de meesten is het gezellig. Je spreekt je buren, er is muziek, en ondertussen kom je op een verantwoorde manier van je spullen af.’
Spagaat: groeien en lokaal blijven
Op straat liggen de stapeltjes, keurig op categorie. Boeken, kleding, meubels, elektronica, huisraad, speelgoed. Met lokale kringloopwinkels is al geregeld dat de spullen daarnaartoe kunnen. En de buurt is met flyers en sociale media op de hoogte gebracht. Jan: ‘Dat succes van de eerste keer hebben we daarna eigenlijk steeds opnieuw beleefd. Er is vraag naar, dat is duidelijk. Vorig jaar deden we er veertig. Dit jaar worden het er honderd. En de bedoeling is: in elke wijk van Nederland een keer per jaar een Ontspuldag. Moet lukken toch?’
Moet lukken, maar uitdagingen zijn er wel. Zo is er die spagaat tussen zoveel mogelijk mensen willen helpen, impact maken, groeien, en daartegenover de wens om het lokaal te houden. Ontspullen moet met, voor en door de buurt, maar lukt dat ook als groeien zo hard gaat
Minder is meer
‘En dan nog iets,’ zegt Bosma, ‘het wordt een steeds grotere uitdaging om voldoende afzetkanalen te vinden. Het tweede leven aan de spullen geven, dat doen wij niet zelf. De spullen gaan naar partners, zoals kringloopwinkels, maar die bieden we inmiddels zoveel aan dat zij ook denken: ja, dit raken we niet meer kwijt. Voorzichtig denken we dus al aan een weggeefmarkt, maar dat is weer een hele andere business.’
Oké, zorgen dus, maar zorgen voor morgen, en bovendien luxeproblemen. Het team van De Ontspulknul is vooral verguld dat het werkt: mensen de mogelijkheid bieden om van hun spullen af te komen op een manier waar iedereen wat aan heeft. Zo groeit het besef dat minder eigenlijk meer is, maar na dat besef moet wel actie volgen. ‘Dat weet ik maar al te goed,’ zegt Bosma, ‘mijn vrienden maken altijd grappen over wat een rommel mijn eigen kamer is.’
Wil je je aansluiten bij een van de initiatieven? Heb je tips of vragen? Stuur een mail naar connect@amsterdamdonutcoalitie.nl
Ben je zelf betrokken bij een initiatief die je graag wilt aanmelden? Maak een profiel aan op onze site, daarna kun je een initiatief toevoegen.
Wil je iets delen? @amsterdamdonutcoalitie #buurtinbloei #stadinbloei